RISICOPARAGRAAF
De Hoop opereert in een markt met een specifiek verzekeringstechnisch risicoprofiel. Naast het verzekeringstechnische risico spelen ook het marktrisico, kredietrisico, liquiditeitsrisico, commercieel risico, operationeel risico en integriteitsrisico een rol. De bedrijfsvoering van De Hoop is erop gericht deze risico’s te herkennen, te kwantificeren en te beheersen. In het verslag van de Directie is het beleid ten aanzien van risicobeheer uiteengezet.
De uitkomsten van de berekening van de kapitaalvereisten onder het huidige solvabiliteitsregime zijn als volgt:
| 2024 | 2023 | ||
| Eigen vermogen | 64.575 | 64.154 | |
| Solvency Capital Requirement (SCR) | 26.697 | 24.794 | |
| Ratio beschikbaar eigen vermogen t.o.v. SCR | 242% | 259% | |
Ten opzichte van ultimo 2023 is de solvabiliteitsratio licht gedaald. Het eigen vermogen steeg met 421, voornamelijk door waardestijging van de aandelen. Het vereiste kapitaal steeg ook, van 24.794 naar 26.697. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de toename van het marktrisico met 8%, eveneens als gevolg van de waardestijging van de aandelen. Hierdoor resulteert een lagere ratio.
De SCR is als volgt opgebouwd:
Uitsplitsing Solvency Capital Requirement (SCR)
| 2024 | 2023 | ||
| Marktrisico | 22.507 | 20.920 | |
| Tegenpartijrisico | 2.916 | 2.757 | |
| Verzekeringstechnisch risico | 7.483 | 6.864 | |
| Diversificatie-effect | -6.467 | -5.996 | |
| Basic Solvency Capital Requirement (BSCR) | 26.438 | 24.545 | |
| Operationeel risico | 259 | 249 | |
| SCR | 26.697 | 24.794 |
De SCR bestaat uit de Basic Solvency Capital Requirement (BSCR) met daarbij opgeteld het vereist kapitaal voor het operationeel risico. Hierop mag, onder bepaalde strikte voorwaarden, het verliescompenserend vermogen van de uitgestelde belastingen (LAC DT) in mindering worden gebracht. De Hoop heeft besloten om de LAC DT niet toe te passen. Dit besluit wordt periodiek beoordeeld.
Uitsplitsing marktrisico
| 2024 | 2023 | ||
| Rente | 323 | 812 | |
| Aandelen | 20.333 | 18.738 | |
| Spread | 392 | 301 | |
| Valuta | 4.927 | 5.048 | |
| Concentratie | 2.188 | 1.332 | |
| Diversificatie-effect | -5.656 | -5.310 | |
| 22.507 | 20.920 | ||
Uitsplitsing verzekeringstechnisch risico
| 2024 | 2023 | ||
| Kortlevenrisico | 3.137 | 3.102 | |
| Langlevenrisico | 307 | 275 | |
| Afkooprisico | 2.721 | 2.659 | |
| Kostenrisico | 3.576 | 2.950 | |
| Catastroferisico | 1.592 | 1.514 | |
| Diversificatie-effect | -3.850 | -3.635 | |
| 7.483 | 6.864 |
De SCR ligt 1.903 (8%) hoger dan vorig jaar. Het marktrisico nam toe door een waardestijging van de aandelenpositie en een toegenomen equity adjustment (2024: 2,86%; 2023: 1,46%). De equity adjustment is van invloed op de schok op de waarde van de aandelen, die uitgevoerd wordt om de SCR van de aandelen te berekenen. De equity adjustment is een aanpassing op de basisschok van maximaal plus of min tien procentpunten, afhankelijk van de ontwikkeling van de aandelenmarkt in de afgelopen drie jaar. Het verzekeringstechnisch risico steeg door een stijging van het kostenrisico.
In het volgende overzicht wordt de reconciliatie weergegeven tussen het eigen vermogen volgens de jaarrekening (BW2 en RJ) en Solvency II. Het vereiste kapitaal en de solvabiliteitsratio zijn ook vermeld.
| 2024 | 2023 | ||
| Eigen vermogen jaarrekening | 66.138 | 64.301 | |
| Waarderingsverschillen activa | -347 | -210 | |
| Waarderingsverschillen tussen technische balansvoorzieningen en best-estimate- voorziening | 1.987 | 3.888 | |
| Waarderingsverschillen overige verplichtingen | -511 | -640 | |
| Waarderingsverschillen inzake uitgestelde belastingen | -291 | -784 | |
| Eigen vermogen voor dividenduitkering | 66.975 | 66.554 | |
| Voorgesteld dividend | 2.400 | 2.400 | |
| Beschikbaar eigen vermogen (EOF) Solvency II | 64.575 | 68.954 | |
| Solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR) | 26.697 | 24.794 | |
| Solvabiliteitsratio | 242% | 259% | |
In de jaarrekening worden de aandelen tegen actuele waarde en de obligaties tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd. Op de Solvency II-balans worden alle beleggingen gewaardeerd tegen de actuele marktwaarde.
Het verschil tussen de technische voorziening en de best-estimatevoorziening is dat de technische voorziening is gebaseerd op netto (tarief)grondslagen gedisconteerd op een vaste rekenrente en dat de best-estimatevoorziening is vastgesteld op basis van beste schattingen (voor sterfte, kosten en onnatuurlijk verval). Voor de discontering van de kasstromen wordt de door EIOPA gepubliceerde rentecurve zonder volatility adjustment gebruikt. Deze voorziening wordt verhoogd met een risicomarge.
Het verschil in de belastinglatentie tussen de jaarrekening en de Solvency II-balans wordt verklaard door andere waarderingsgrondslagen.
De Waarderingsverschillen overige verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op het De Hoop Leven fonds.
In onderstaande tabel is voor de belangrijkste risicofactoren de invloed op het eigen vermogen en de solvabiliteit (volgens Solvency II) weergegeven indien de risicofactoren significante wijzigingen ondergaan.
Gevoeligheid voor schokken per 31 december
| 2024 | 2023 | |||||||
| Mutatie eigen vermogen¹ |
Mutatie vereiste solvabiliteit SII |
Mutatie SII-solvabiliteits ratio in % punten |
Mutatie eigen vermogen¹ |
Mutatie vereiste solvabiliteit SII |
Mutatie SII-solvabiliteits ratio in % punten |
|||
| Interestcurve geschokt met + 100 bp | 338 | -297 | 4% | 117 | -241 | 3% | ||
| Interestcurve geschokt met - 100 bp | -660 | 391 | -6% | -419 | 316 | -5% | ||
| Geen UFR | -239 | 56 | -1% | -212 | 42 | -1% | ||
| Aandelen geschokt met + 25% | 9.013 | 4.752 | -8% | 8.593 | 4.365 | -9% | ||
| Aandelen geschokt met - 25% | -9.013 | -4.595 | 10% | -8.593 | -4.214 | 11% | ||
Onderstaand wordt verder per risicofactor een kwalitatieve en waar nodig een kwantitatieve toelichting gegeven.
Commercieel risico
Commercieel risico is het risico dat doelstellingen van de onderneming niet worden gerealiseerd doordat niet in voldoende mate wordt ingespeeld op veranderingen in de omgevingsfactoren. De Hoop opereert vanuit een herverzekeringspositie en is daardoor afhankelijk van individuele levensverzekeraars. Marktbewegingen maar ook strategische heroverwegingen bij deze partijen zijn van directe invloed op de productie bij De Hoop. De Nederlandse verzekeringsmarkt wordt vooral gekenmerkt door consolidaties, efficiencyslagen en aanzienlijke prijsconcurrentie. De Hoop richt zich vooral op overlijdensrisicoverzekeringen, een product dat voornamelijk wordt gesloten in combinatie met hypotheken. Door deze ontwikkelingen wordt het aantal aanbieders op de Nederlandse markt steeds kleiner. Omdat De Hoop opereert vanuit de herverzekeringspositie wordt het voor de eindklant steeds moeilijker om de route naar een verzekeringsoplossing te vinden.
De Hoop heeft in 2021 een strategische heroriëntatie uitgevoerd en een langetermijngroeistrategie bepaald. In 2022 is de implementatie van deze groeistrategie gestart. Inmiddels heeft dit ervoor gezorgd dat in Nederland een nieuwe maatwerkroute voor nieuwe verzekerden is opgezet met diverse verzekeraars. Daarnaast zijn nieuwe herverzekeringsrelaties aangegaan met partners in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Marktrisico
Een onderdeel van het marktrisico is het rente- en matchingrisico dat zich kan voordoen bij het afdekken van de verplichtingen. Het renterisico doet zich voor bij marktwaardewaarderingen van de onderliggende portefeuilles, zoals de verplichtingen en de vastrentende waarden. De verplichtingen zijn geheel afgedekt door vastrentende waarden, voornamelijk hoogwaardige staatsobligaties, waarvan de looptijden grotendeels zijn afgestemd op de verplichtingen. Daarnaast is ook een deel in hypotheek- en leningenfondsen belegd. Door de diversificatie in de looptijd van de beleggingen en de relatief korte duration van de verplichtingen hebben rentewijzigingen weinig invloed op de solvabiliteitspositie van De Hoop. Daarnaast heeft De Hoop door de kortere verplichtingen weinig last van de zogenaamde UFR-drag.
Modified duration
| 2024 | 2023 | ||
| Beleggingen | 4,2 | 4,6 | |
| Technische voorzieningen | 9,0 | 9,1 | |
Alhoewel de duration van de beleggingen korter is dan die van de technische voorziening is het renterisico relatief laag, aangezien de waarde van de beleggingen bijna het dubbele is van de technische voorziening.
Het grootste marktrisico wordt gelopen in de aandelenportefeuille. Koersdalingen zullen het aanwezige eigen vermogen snel negatief beïnvloeden. Het vereist kapitaal wordt in zo’n geval echter ook lager, waardoor de solvabiliteitsratio stijgt.
Om het aandelenrisico te beperken wordt vooral belegd in meer defensieve Nederlandse, Europese en Amerikaanse aandelen (“global players”), die historisch ook een behoorlijk dividend uitkeren. Het koersrisico wordt niet gehedged door afgeleide instrumenten. Gezien het defensieve karakter en de solide solvabiliteitspositie is dit een aanvaardbaar risico. Periodiek worden er stresstesten uitgevoerd met als doel de solvabiliteitspositie te monitoren en zo nodig maatregelen te nemen.
Binnen de aandelenportefeuille is sprake van een valutarisico. De afgelopen jaren is de aandelenportefeuille in vreemde valuta uitgebreid en door waardeontwikkelingen is het valutarisico afgelopen jaar toegenomen. Onderzoek heeft aangetoond dat valuta hedging op aandelenportefeuilles geen significante vermindering van het valutarisico tot gevolg heeft. Daarom is besloten dit risico niet af te dekken.
Aandelen belegd in vreemde valuta (bedragen in euro's)
| Valuta | 2024 | 2023 | |
| Amerikaanse dollar | 11.826 | 12.178 | |
| Britse pond | 632 | 641 | |
| Japanse yen | 986 | 925 | |
| Zweedse kroon | 1.792 | 1.762 | |
| Zwitserse frank | 4.473 | 4.687 | |
| Totaal | 19.708 | 20.192 | |
| In % van de aandelenportefeuille | 31% | 34% | |
Kredietrisico
Het kredietrisico is ingedeeld in de volgende onderdelen:
Vastrentende waarden
De vastrentende waarden bestaan uit staatsobligaties van de Nederlandse, Spaanse en Franse overheden alsmede supranationale obligaties van de Europese Unie. Hierbij is sprake van een zeer beperkt kredietrisico.
Debiteurenrisico
De Hoop heeft geen debiteurenverhouding met consumenten. Het debiteurenrisico in dit kader ligt bij de primaire verzekeringsmaatschappijen. De Hoop heeft met haar cedenten een rekening-courantverhouding. Iedere maand wordt de rekening-courant opgemaakt en gecontroleerd. De afrekening ervan vindt in de regel maandelijks plaats. Met enkele buitenlandse cedenten wordt jaarlijks afgerekend. Het debiteurenrisico is verwaarloosbaar.
Tegenpartijkredietrisico
Voor de herverzekeraar QBE is geen depot gesteld. De herverzekerde voorziening is meegenomen in de berekening van het tegenpartijrisico onder Solvency II.
Bij een aantal buitenlandse cedenten stelt De Hoop een depot ter grootte van de voorziening verzekeringsverplichtingen. Dit depot dient tot zekerheid voor de cedent. Het risico op deze depotstelling is beperkt.
De liquiditeiten bij banken zijn onderhevig aan tegenpartijrisico. De Hoop mitigeert dit risico door spreiding van de liquiditeitspositie bij banken met minimaal een A-rating.
Het hypotheekfonds valt eveneens onder dit risico. Het hypotheekfonds is voornamelijk gerelateerd aan gegarandeerde hypotheken (Nederlandse Hypotheek Garantie) die verstrekt zijn na 1 januari 2013, waarbij aflossen de norm is en overcreditering gemaximeerd is (loan to value gemaximeerd tot 106%). Het grootste gedeelte van het debiteurenrisico van het hypotheekfonds verplaatst hiermee naar de Nederlandse staat. Het hypotheekfonds is een belegging met een laag risicoprofiel. Het tegenpartijkredietrisico wordt als gering gewaardeerd.
Liquiditeitsrisico
Liquiditeit is het vermogen om de beleggingen op de balans liquide te maken, bijvoorbeeld op het moment dat uitkeringen moeten worden gedaan of dat er onderpanden moeten worden gestort. De verplichtingen waarvoor liquide middelen nodig zijn bestaan bij De Hoop vooral uit uitkeringen die aan de cedenten moeten worden gedaan. Bij tegenvallende sterfteresultaten moet mogelijk rekening worden gehouden met hogere uitkeringen in de portefeuille dan verwacht. De verplichtingen aan cedenten betaalt De Hoop uit op moment van claimen door de cedent. Claims worden per kwartaal met de herverzekeraar afgerekend. De afrekeningen met de buitenlandse cedenten worden aan het eind van het boekjaar opgesteld en verwerkt. De Hoop houdt altijd een redelijke buffer aan liquide middelen aan en belegt vooral in staatsobligaties en aandelen die relatief eenvoudig te liquideren zijn. De Hoop belegt niet in derivaten en loopt hierdoor geen risico om onderpand te moeten leveren. Een deel van de liquide middelen (GBP 1.000) staat op een geblokkeerde rekening bij een bank, omdat de betreffende bank een kredietbrief (‘Letter of Credit’) heeft verstrekt aan een cedent.
Operationeel en uitbestedingsrisico
De Hoop streeft met haar administratieve organisatie, interne controles, rapportagelijnen en processen een betrouwbare en controleerbare administratieve verwerking na. Deze maatregelen zijn vastgelegd in een AO/IB-handboek.
De omvang van De Hoop maakt de onderneming extra kwetsbaar voor operationele risico’s, vooral op het gebied van continuïteit van de werkzaamheden. Vitale processen worden gewaarborgd door de kennis van de werkzaamheden te spreiden over meerdere personen te verdelen. Daarnaast worden een aantal werkzaamheden (ICT, HRM, Interne Audit en Compliance) uitgevoerd door Onderlinge ’s-Gravenhage. Omdat het hier een verzekeraar onder toezicht van de DNB betreft, is deze partij goed op de hoogte van de geldende wet- en regelgeving en de vereisten die een verzekeraar aan deze partijen stelt. Daarom verwacht De Hoop dat hier minder risico wordt gelopen dan wanneer deze zaken door andere externe partijen zouden worden verricht. Het beheer en bewaren van beleggingen wordt door CACEIS verricht. Voor de ICT infrastructuur en de kantoorautomatisering maakt De Hoop gebruik van een aantal cloud services aanbieders. De Financiële Risicomanagementfunctie en de Actuariële Functie zijn uitbesteed aan EY Actuarissen B.V. De Operationele Risicomanagementfunctie is uitbesteed aan AFIER IT-Auditors B.V.
Als beheersmaatregelen rondom de dienstverlening door derden worden de beschikbare ISAE 3402 of gelijksoortige rapporten doorgenomen en periodiek evaluatiegesprekken over de dienstverlening met de Onderlinge ’s-Gravenhage gehouden.
Verzekeringstechnisch risico
Gezien de stijging in de kosten is het kostenrisico het voornaamste risico geworden. Dit betreft het risico dat de kostendekking in de verzekeringstarieven en -portefeuille onvoldoende is om de operationele kosten te financieren.
Een belangrijk onderdeel van het verzekeringstechnische risico wordt gevormd door acceptatie op onjuiste voorwaarden. Onjuiste inschatting van het risico kan leiden tot verlies op sterfte, aantasting van de aanwezige solvabiliteit en afbreuk van vertrouwen bij zowel de cedent als uiteindelijk de consument. Om deze risico’s te beheersen, wordt een acceptatieprocedure gehanteerd die recht doet aan de bijzondere risico’s die De Hoop wil herverzekeren. Deze procedure is primair gericht op de medische acceptatie. In aanvulling daarop geldt voor hogere verzekerde kapitalen, naast de procedures die de cedent zelf intern hanteert, nog een eigen financiële acceptatieprocedure. Ook worden kapitalen boven het eigen behoud herverzekerd bij een andere partij.
Jaarlijks vindt een onderzoek plaats naar sterfte per aandoening of groep van aandoeningen. Tevens voert De Hoop jaarlijks een wettelijke toereikendheidstoets uit op basis van RJ-richtlijnen. Hierbij wordt de aangehouden balansvoorziening getoetst op toereikendheid. De resultaten van deze toets laten zien dat de balansvoorziening toereikend is (+ 4.484).
Eigen risicobeoordeling
De Hoop voert jaarlijks een Own Risk and Solvency Assessment (ORSA) uit waarin een aantal stressscenario’s met betrekking op deze dreigingen worden doorgerekend. De meest recente ORSA-rapportage heeft laten zien dat het onredelijk is te veronderstellen dat verhoogde sterftekansen op middellange termijn een bedreiging vormen voor de continuïteit van de onderneming. De solvabiliteit van De Hoop is ruim voldoende om (tijdelijke of structurele) tegenvallers op elk gebied tegen te kunnen gaan. De continuïteit van de onderneming komt daarbij niet in gevaar. Negatieve economische ontwikkelingen kunnen zelfs een positieve invloed op de solvabiliteit hebben.
Den Haag, 27 maart 2025
De Directie
Gilbert Pluym
Seada van den Herik
Raad van Commissarissen
Lex Geerdes, voorzitter
Marcel Levi, vicevoorzitter
Sibylla Bantema
Martijn Hoogeweegen