GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING, RESULTAATBEPALING EN PRESENTATIE
ALGEMEEN
N.V. Levensverzekering-Maatschappij “De Hoop”, gevestigd te Den Haag, Anna van Saksenlaan 10, is een naamloze vennootschap (KvK-nummer: 27000041). De voornaamste activiteit van De Hoop is het herverzekeren van verhoogde overlijdensrisico’s met als achterliggend doel kwetsbare groepen toegang te verlenen tot de levensverzekeringsmarkt.
De jaarrekening is vastgesteld op 26 maart 2026 en betreft het boekjaar van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.
Externe verslaglegging
Als grondslag voor externe verslaglegging worden Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RJ) toegepast. Voor zover geen waarderingsregel genoemd is, zijn de activa en passiva opgenomen voor de nominale bedragen. De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.
Gebruik van schattingen
Bij het opstellen van de jaarrekening moet De Hoop schattingen en veronderstellingen maken die van invloed zijn op de gerapporteerde posten in de balans en winst- en verliesrekening. Deze schattingen zijn naar beste weten van de Directie gemaakt, maar de daadwerkelijke uitkomsten kunnen uiteindelijk afwijken van die schattingen.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden periodiek maar minimaal een keer per jaar beoordeeld op basis van de ervaringscijfers. Indien nodig worden deze aangepast. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
De belangrijkste schattingen en veronderstellingen hebben betrekking op:
- de technische voorziening verzekeringsverplichtingen;
- de toereikendheidstoets en de daarmee mogelijk samenhangende overige technische voorzieningen;
- Solvency II (zie ook Solvency II grondslagen).
Schattingswijzigingen
Voor de berekening van de best-estimatevoorziening wordt jaarlijks bekeken of de hiervoor gehanteerde grondslagen nog passend zijn.
In 2025 zijn de ervaringsterftefactoren voor een aantal producten aangepast, waardoor de voorziening met 668 stijgt. De vervalkansen zijn licht naar beneden aangepast. Het effect hiervan is dat de voorziening met 14 daalt. De kosten per polis zijn dit jaar gedaald. Het effect is een daling van de voorziening met 1.279. De aanpassing van de inflatiecurve veroorzaakt een stijging van de voorziening van 26.
Stelselwijziging
De Hoop heeft in 2025 geen stelselwijzigingen doorgevoerd.
Bedrijfsindeling
Er is alleen een vestiging in Nederland, waarin herverzekeringen afkomstig uit het individuele of collectieve bedrijf op individuele basis worden behandeld. In de jaarrekening wordt daarom geen onderscheid gemaakt tussen vestigingslanden of tussen individuele en collectieve verzekeringen.
Vreemde valuta
De jaarrekening is opgesteld in euro’s, zijnde de functionele en presentatievaluta van De Hoop. Bedragen in vreemde valuta worden omgerekend naar de koers ultimo boekjaar.
Er ontstaan resultaten door verschillen met de koers ultimo vorig boekjaar of met de koers waartegen is afgerekend. Winsten en verliezen uit hoofde van verzekeringstechnische waarderingsverschillen zijn opgenomen onder “Overige technische baten en lasten”. Resultaten uit hoofde van valutawaarderingsverschillen van beleggingen zijn opgenomen onder “Niet gerealiseerde winst of verlies op beleggingen”.
Overzicht van de gebruikte valutakoersen ultimo kalenderjaar
(waarde euro uitgedrukt in valuta)
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Britse pond | 0,8729 | 0,8298 | |
| Japanse Jen | 183,7500 | 163,2800 | |
| Nederlands Antiliaanse gulden/ Arubaanse florin | 2,0876 | 1,8518 | |
| US-dollar | 1,1734 | 1,0409 | |
| Caribische gulden | 2,0993 | - | |
| Zweedse kroon | 10,8075 | 11,4552 | |
| Zwitsere frank | 0,9304 | 0,9412 |
Aandelen
De grondslag voor de waardering van aandelen is de actuele waarde. De actuele waarde wordt voor onderstaande categorieën als volgt bepaald:
- Beursgenoteerde beleggingen (aandelen en obligaties) op basis van de beurskoers;
- Het hypotheekfonds en de leningfondsen gebaseerd op de door de fondsen opgegeven marktwaarde;
- Waarborgfonds Onderlinge Levensverzekering-Maatschappij „‘s- Gravenhage” U.A. op basis van de aanschafwaarde;
De waarderingsverschillen ten gevolge van herwaardering zijn verwerkt in de herwaarderingsreserve, rekening houdend met de voorziening voor latente belastingen. Waardemutaties bij verkoop en waardedaling beneden de laatst vastgestelde aankoopprijs worden verantwoord in de Winst- en Verliesrekening.
Obligaties
De obligaties zijn gewaardeerd op basis van de geamortiseerde kostprijs. Agio/disagio is opgenomen in de post Beleggingen. Het effectief rendement wordt bepaald op basis van de afschrijving van het agio/disagio.
Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten), onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen indien sprake is van oninbaarheid.
Liquide middelen
Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering.
Herwaarderingsreserve
Op de herwaarderingsreserve zijn de positieve waarderingsverschillen van tegen marktwaarde gewaardeerde beleggingen, verminderd met de daarop betrekking hebbende latente belastingverplichtingen, geboekt.
Overige reserve
In de Overige reserve is de onverdeelde winst van het vorige boekjaar en het uitgekeerde dividend over het voorgaande boekjaar verantwoord.
Schulden en overige passiva
Overige schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden schulden gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten).
TECHNISCHE VOORZIENING
Berekening
De berekening van de technische voorziening is gebaseerd op actuariële uitgangspunten. Bij de bepaling van de technische voorziening zijn aannames gehanteerd op het gebied van sterfte, medisch risico, arbeidsongeschiktheid en dergelijke. Deze aannames zijn gedaan op het moment van het afsluiten van de verzekering en zijn, behalve bij ingegane lijfrenten, van kracht voor de gehele duur daarvan.
Methode
Bij de berekening van de technische voorziening zijn de volgende methoden gebruikt:
Nettomethode
De voorziening wordt berekend volgens de nettomethode. Bij nog niet ingegane pensioenen wordt met 1% uitkeringskosten rekening gehouden.
Bij renteverzekeringen wordt rekening gehouden met de wijze van termijnbetaling en met de voorwaarden over aanvang of einde van de betaling na overlijden. Als regel wordt aangenomen dat uitkeringen van kapitaal bij overlijden in het midden van het verzekeringsjaar plaatsvinden. Voor een aantal oudere verzekeringen geldt de uitzondering dat gerekend wordt met uitkering op het einde van het verzekeringsjaar. Bij levenslange verzekeringen bij overlijden wordt in dat geval de voorziening verhoogd met 2% (exclusief de onverdiende premie).
Onverdiende premie en verschuldigde rente
De onverdiende premie is een evenredig deel van de bruto premie berekend over de termijn tussen de balansdatum en de eerstvolgende premievervaldatum in het nieuwe boekjaar. De verschuldigde rente is berekend over de termijn tussen de laatste vervaldag in het boekjaar en de balansdatum. De berekening van onverdiende premie en verschuldigde rente is in dagen nauwkeurig, waarbij de maand op dertig dagen wordt gesteld.
Ingegane lijfrenten
De technische voorziening van niet ingegane lijfrenten wordt berekend op basis van de grondslagtafels van de tarieven inclusief de medische opslag. Bij ingang van lijfrenten vindt omrekening plaats naar GBM 1985-90 en GBV 1985-90 waarop zonder leeftijdsverschuiving de volgende correcties zijn toegepast:
- voor mannen een verlaging van de sterftekans met 10% voor alle leeftijden;
- voor vrouwen een verlaging van de sterftekans die lineair oploopt van 10% in 1990 tot 30% in 2010. Deze verlaging wordt bereikt door per groep van 10 geboortejaren een afzonderlijke gecorrigeerde sterftetafel toe te passen.
Verzekeringen op risicobasis
Bij risicoverzekeringen tegen eenjarige premie is de voorziening nihil. Wel wordt een onverdiende premie aangehouden ter grootte van de pro rata bruto premie.
Administratiekostenreserve
De voorziening is bestemd voor de toekomstige kosten voor premievrije verzekeringen en de toekomstige kosten na afloop van de premiebetaling voor verzekeringen waarvan de duur van de premiebetaling korter is dan de duur van de verzekering. De voorziening is gelijk aan 2% van de totale technische voorziening levensverzekering eigen rekening voor bijtelling van onverdiende premie en verschuldigde rente.
Rentestandkorting
Rentestandkortingen op koopsommen (en vervolgens op afkoopwaarden) worden met een actuariële methode berekend. De vermindering van de technische voorziening levensverzekering wegens rentestandkorting wordt conform de actuariële methode berekend als de contante waarde van de toekomstige overrente.
Interestgrondslagen
De interest is gerelateerd aan de voorziening exclusief administratiekostenreserve, onverdiende premie en verschuldigde rente. Het grootste deel van de voorziening kent een interestgrondslag van 3%; het overige gedeelte kent een grondslag van 0%, 2%, 2,5%, 3,5% of 4%.
Arbeidsongeschiktheid
Als de premie voor arbeidsongeschiktheid geen actuariële grondslag heeft, wordt de voorziening berekend door de netto premie voor dit risico te vermenigvuldigen met een factor. Bij vrijstelling van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid is de factor gelijk aan 5.
Bij arbeidsongeschiktheidsrenten is de factor gelijk aan de verstreken duur in jaren, met een lineaire afbouw naar nihil in de laatste vijf jaar van de premiebetaling. De voorziening voor ingegane arbeidsongeschiktheid is gelijk aan de contante waarde van de vrijgestelde netto premies of van de uit te keren arbeidsongeschiktheidsrente.
Uitkering bij dood door ongeval
De voorziening voor dit risico is nihil.
Batepremies
Voor de hoofdverzekering wordt de nettomethode gebezigd voor de vaststelling van de technische voorziening levensverzekering. Bij aanvullende verzekeringen zonder actuariële grondslag wordt de premie voor 95% beschouwd als netto premie voor het betreffende risico.
Negatieve uitkomsten
In verband met het hanteren van de nettomethode komen negatieve uitkomsten voor de technische voorziening levensverzekering vrijwel niet voor. Een negatieve uitkomst wordt niet op nul gesteld.
Herverzekering
Voor uitgaande herverzekeringen wordt dezelfde methode gebruikt als voor de hoofdverzekeringen.
Best-estimatevoorziening in kader van de toereikendheidstoets
Bij het uitvoeren van de toereikendheidstoets wordt onderzocht of de balanswaarde van de technische voorzieningen (na aftrek van geactiveerde rentestandkorting en vóór herverzekering) ten minste gelijk is aan de best-estimatevoorziening, gecorrigeerd voor een eventuele accounting mismatch. De best-estimatevoorziening bestaat uit de contant gemaakte waarde van de verwachte kasstromen en is de som van:
- de contante waarde van de toekomstige jaarlijkse verwachte uitkeringen en de verwachte kosten voor de verzekeringen onder aftrek van de verwachte bruto premies, op basis van best-estimateveronderstellingen. De kasstromen worden contant gemaakt op de door EIOPA gepubliceerde rentecurve zonder volatility adjustment per de balansdatum;
- een adequate risicomarge;
- de waarde van eventuele embedded options en garanties (bij De Hoop niet van toepassing).
De best-estimatevoorziening wordt vervolgens gecorrigeerd voor eventuele accounting mismatches met tegenoverstaande activa. Dat wil zeggen dat rekening dient te worden gehouden met een eventueel verschil tussen boekwaarde en marktwaarde van beleggingen die zijn gealloceerd aan de verplichtingen. Indien de marktwaarde van de beleggingen hoger is dan de boekwaarde dan leidt dit tot een verlaging van de toetsvoorziening, en omgekeerd.
De op deze manier bepaalde toetsvoorziening wordt vergeleken met de balansvoorziening vóór herverzekering, waarbij de balansvoorziening minimaal gelijk moet zijn aan de toetsvoorziening.
Latente belastingen
De latente belastingen zijn gevormd op basis van de nominale waarde van de tijdelijke verschillen tussen de commerciële en de fiscale waardering van activa en passiva. Belastinglatenties worden berekend vanuit de fiscale consequenties van de afwikkeling van de in de balans opgenomen activa en passiva. Vanwege het langlopende karakter van deze belastinglatenties is rekening gehouden met het toekomstige nominale belastingpercentage van 25,8%.
Overige voorzieningen
Voorziening uitgestelde personeelsbeloningen
De voorziening betreft de voorziening jubileumuitkeringen uit hoofde van Richtlijn 271 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Toerekening van opbrengsten beleggingen aan technische rekening
De opbrengsten van beleggingen worden toegekend aan de technische rekening op basis van de verhouding tussen de standen ultimo van de balanswaarde van de technische voorzieningen (met uitzondering van de “Overige technische voorziening”) en depots waarover interest moet worden vergoed, en de balanswaarde van de vastrentende waarden. De uitkomst hiervan wordt verminderd met het pro rata gedeelte van de beleggingskosten.
Het totaal aan beleggingsopbrengsten verminderd met de toegerekende interest aan de technische rekening wordt toegerekend aan de niet-technische rekening.
Toerekening van kosten aan acquisitie en beleggingen
Afsluitprovisie, keuringskosten en honoraria medische adviseurs zijn acquisitiekosten.
Bankkosten in verband met beleggingen zijn beleggingskosten.
Een deel van de personeelskosten wordt op basis van een schatting van de bestede tijd toegerekend aan acquisitiekosten en beleggingskosten.
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.
Gebeurtenissen na balansdatum
Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.
SOLVENCY II GRONDSLAGEN
Bij de bepaling van de Solvency II-ratio hanteert De Hoop de standaardformule. Bij de berekening van de solvabiliteitscijfers is geen gebruik gemaakt van een volatility adjustment op de rentecurve. Verder wordt geen rekening gehouden met het verliescompenserend vermogen van de uitgestelde belastinglatenties, de zogenoemde LAC DT. Net als bij de BW2-waardering en conform artikel 7 van de Gedelegeerde Verordening waardeert De Hoop haar activa en passiva hiervoor op basis van de aanname dat De Hoop haar bedrijf blijvend zal uitoefenen (‘going concern-principe’).
Marktwaardewaardering
De uitgangspunten voor de waardering van activa en passiva zijn vastgelegd in artikel 75 van de Solvency II-richtlijn en zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 2 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 (artikelen 7 tot en met 16).
Gebruik van schattingen
Bij de bepaling van de solvabiliteitsratio moet De Hoop schattingen en veronderstellingen maken die van invloed zijn op het gerapporteerde percentage. Deze schattingen zijn naar beste weten van de Directie gemaakt, maar de daadwerkelijke uitkomsten kunnen uiteindelijk afwijken van die schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden periodiek maar minimaal een keer per jaar beoordeeld. Indien nodig worden deze aangepast. De belangrijkste schatting en veronderstellingen hebben betrekking op de technische voorziening.
Latente belastingen
De balanspost latente belastingen is gevormd op basis van tijdelijke verschillen tussen de statutaire en de fiscale waardering van activa en passiva en de verschillen tussen de statutaire balans en de Solvency II-balans, rekening houdend met de belastingpercentages die voor de BW2-waarderingen worden gehanteerd.
Aandelen
Aandelen in fondsen zijn gekwalificeerd als aandelen en worden gewaardeerd op basis van de balanswaarde zoals vermeld in het beleggingsverslag van de fondsbeheerder. De aandelen in het Waarborgfonds van Onderlinge Levensverzekering-Maatschappij „‘s- Gravenhage” U.A. zijn gewaardeerd op basis van de aanschafwaarde.
Andere financiële beleggingen
De andere financiële beleggingen worden gewaardeerd op basis van de balanswaarde zoals vermeld in de beleggingsverslagen van de fondsbeheerders.
Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Omdat de vorderingen een kortlopend karakter hebben, wordt deze benadering tevens als adequaat beoordeeld voor toepassing op de Solvency II-balans. De vorderingen uit herverzekering worden gewaardeerd op marktwaarde.
Technische voorzieningen
De technische voorziening wordt vastgesteld conform de richtlijnen van EIOPA. Conform artikel 77 van de Solvency II-richtlijn is de waarde van de technische voorziening gelijk aan de som van de verwachtingswaarde en de risicomarge. De verwachtingswaarde is de contante waarde van de toekomstige kasstromen op basis van best-estimateveronderstellingen plus de waardering van de voorziening toekomstige discretionaire uitkeringen. Contant maken geschiedt met gebruikmaking van de door EIOPA vastgestelde risicovrije rentetermijnstructuur (inclusief UFR en exclusief VA). Met betrekking tot de waardering van de toekomstige betalingsverplichtingen zijn in de toereikendheidstoets in de statutaire jaarrekening andere waarderingsgrondslagen toegepast dan in de Solvency II-rapportage.
In de statutaire jaarrekening worden de waarderingsverschillen van de beleggingen en de herverzekeringsverplichtingen verrekend. Bij de Solvency II-rapportage gebeurt dit niet, omdat de beleggingen al op marktwaarde worden gewaardeerd. Hierdoor is de toetsvoorziening in de statutaire jaarrekening lager dan de technische voorziening in de Solvency II-rapportage.
Overige voorzieningen
De overige voorzieningen bestaan uit een voorziening voor het huurcontract en een voorziening voor dotaties aan het De Hoop Leven fonds.
WINST- EN VERLIESREKENING
Algemeen
Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben.
Premie
De premiebaten worden verantwoord in het jaar waarop zij betrekking hebben. De onverdiende premie is onderdeel van de “Technische voorzieningen”.
Kosten
De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde grondslagen van waardering en worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.